Ideeën over geldsystemen

weinstock / Pixabay

Fragmenten van mijn tekst uit de dialoog op Mindz.com van Toine Fennis en Georges Platt over Geldsystemen 

Wat is Geld

Geld is alles wat algemeen aanvaard is als ruilm­iddel. Geld is onged­iffer­entie­erde koopkracht hetgeen betekent dat geld niet aan bepaalde goederen is gebonden, maar altijd wordt aanvaard.

De functies van geld zijn: ruilmiddelreken­eenheid en oppot­middel. De eerste twee noemt men de oorsp­ronke­lijke functies, de derde de afgeleide functie.De ruilm­iddel­functie maakt de indirecte ruil mogelijk, waardoor vergaande arbei­dsver­deling (= speci­alisa­tie) mogelijk is geworden, met als gevolg een grote toename van de arbei­dspro­ducti­viteit. Geld als reken­eenheid maakt het verge­lijken van versc­hille­nde prestaties mogelijk, en de oppot­functie geeft de mogel­ijkheid tot het uitstellen van de consumptie (= sparen).

Er zijn een aantal specifieke bezwaren aan ons huidige financiële systeem die zichtbaar worden als je er een meta-analyse op los laat.

De Economy Trans­formers community heeft zes dimensies van Econo­mische veran­dering onder­schei­den:
1. Ik ben—passie, Hoe ben je bezig?
2. Dialoog—uits­trali­ng/aa­ntrek­king, Wat laat je zien?
3. Eigendom—wie is eigen­aar/v­erant­woord­elijk­heid, Hoe ga je met vermogen om?
4. Organ­iseren—manier van samen­werken, Hoe verbind je je aan elkaar?
5. Waarde bepaling — samen­werken /prij­svorm­ing, Hoe komen prestaties tot waarde?
6. Aarde—dood en leven­/cycl­isch denken, Hoe ga je om met het milieu?

Vanuit deze zes dimensies zijn de volgende problemen en bezwaren van ons huidige systeem benoemd: 
(Sam­engevat uit: Een verkenning van ons gelds­ysteem)
Aarde
– De gelde­conomie is losge­koppeld geraakt van de reële economie.
– Ons geld funct­ioneert lineair in plaats van cyclisch.
– Geld en bankieren zijn monoc­ulturen geworden.

Ons systeem van Waard­ebepa­ling kent een aantal funda­mentele problemen:
– We kunnen niet alles goed in geld uitdr­ukken, maar beslissen wel op basis van geld.
– We hebben weinig zicht op de gevolgen van onze geldk­euzes.
– De prijs die wordt betaald voor toege­voegde waarde wordt vaak bepaald door onder­hande­lings­posit­ies.

Eigendom
– Rente op geld ondermijnt de duurz­aamheid van onze samen­leving.
– Onbeperkt eigendom van geld geeft macht die de hele maats­chappij beïnv­loedt.

Organ­isati­evorm van het gelds­ysteem
– Banken zijn gaan funct­ioneren in dienst van aande­elhou­ders in plaats van het maats­chapp­elijk belang.
– Toezi­chtho­uders zijn er niet in geslaagd om de maats­chapp­elijke taak van banken weer centraal te stellen.

Dialoog (en de perceptie van geld)
– Het gros van de samen­leving begrijpt niet goed hoe geld werkt.
– De econo­mische wetenschap ziet geld als iets ‘neut­raals’; geld is niet neutraal.
– We meten het succes van onze samen­leving op basis van econo­mische groei.
– We geloven dat concu­rrentie de beste prijs oplevert.

Ik ben (iden­titeit en intentie)
– Geld speelt een grote rol bij het bepalen van onze ident­iteit.
– We zijn ons niet ervan bewust dat onze geldkeuzes de economie beïnv­loeden.
– We gebruiken ons talent voor werk dat niet de meeste waarde oplevert.

Als we een nieuw systeem opzetten zouden deze dimensies dus eerst verkend moeten worden. 

De (huidige) compl­ement­aire gelds­ystemen kunnen grofweg worden verdeeld in zes categ­orieën:
a. Zegelgeld – Dit is een noodg­eldsy­steem uit de jaren ‘30 gebaseerd op het gedac­htegoed van Silvio Gesell (zie kader: Het Wonde­reiland Barat­aria). Het geld wordt minder waard
als het niet snel genoeg wordt uitge­geven. Dit voorkomt het oppotten van geld en stimuleert inves­terin­gen in duurzame goederen.
b. Local Exchange Trading Systems (LETS) – LETS is een sociaal ‘mutual credit’ (wede­rzijds krediet) systeem georg­anise­erd door vrijw­illig­ers en zonder winst­oogme­rk. Het is bedoeld om de lokale economie te versterken en richt zich op mensen die anders worden buite­ngesl­oten van het gelds­ysteem, zoals ouderen en gehan­dicap­ten. De eenheden worden gecreëerd door de leden zelf.
c. Tijdbanken – Tijdbanken zijn met name gericht op het bevorderen van sociale cohesie door onbetaald (vrij­willi­gers)­werk om te zetten in een waardevol goed. Door vrijw­illig­ers
tijd­punten te geven, bijvo­orbeeld voor elk uur mantelzorg dat ze verlenen, kan het sociale kapitaal binnen een gemee­nschap worden vergroot. Dit biedt mogel­ijkhe­den voor
werklozen en gepen­sione­erden. Door de vergr­ijzing zijn tijdbanken met name in Japan al populair in de zorgs­ector, maar ook Nederland is hiermee bezig.
d. Barte­rs/tr­ade exchanges – De moderne Barters zijn een privaat initiatief om bedrijven te versterken zonder hulp van de overheid. Het zijn online hande­lspla­tformen of boekh­oudsy­stemen met winst­oogme­rk, waarbij gehandeld wordt in Business-to-Business ‘trade credits’. Deze zijn vrij van rente, maar hiervoor worden wel trans­actie­kosten in rekening gebracht. Comme­rciële Barters (zoals de WIR in Zwits­erland) richten zich op het MKB en funct­ioneren op regionaal niveau, zodat geld niet ‘weglekt’. Corporate Barters zijn gericht op grote bedrijven.
e. Regiogeld – Geld dat alleen binnen de regio kan worden gebruikt, zoals de Brixton pound in het Verenigd Konin­krijk, zorgt ervoor dat lokale economieën (met name krimp­gebie­den of ontwi­kkeli­ngsre­gio’s) beter worden bediend en dat geld niet weglekt. Het speciale regiogeld kan tegen betaling weer worden ingew­isseld voor conve­ntion­eel geld.
f. Commercial Credit Circuits (C3) – Dit is een Business-to-Business compl­ement­aire munt, bedoeld om de liqui­ditei­tspos­itie van het MKB te vergroten. Er wordt een lokaal online platform gecreëerd waarop MKB’ers kunnen handelen zonder eerst te hoeven wachten op hun geld.

Het eerde­rgeno­emd PDF document Een verkenning van ONS GELDS­YSTEEM – Problemen en mogelijke oplos­singen. kan wellicht als basis dienen voor ons verkennend onderzoek en dialoog.

De Gids voor een gemee­nscha­psmunt (vertaling van Community Currency Guide van Bernard Lietaer en Gwendolyn Hallsmith) bied een framewerk voor een zelf op te zetten munt.

*** knip / knip ***
Datgene wat je aandacht geeft groeit. Vertaalt naar financiële systemen: datgene waar je geld (waarde) aan geeft of naartoe stuurt dat groeit.
Het gaat om het totale econo­mische en maats­chapp­elijke ecosysteem waar geld een onderdeel van uitmaakt.
Zowel Bernard Lietaer, NEF als Economy Trans­formers gaan uit van een ecosysteem al beschouwen ze dit elk op een eigen wijze.
Lietaer noemt bijvo­orbeeld de universele balans in een natuurlijk (duurzaam) systeem: Efficiency (doorvoer) enResilience (weer­baarh­eid om grote veran­derin­gen aan te kunnen en te overleven) die in ons huidige politieke en bancaire systeem in disbalans is geraakt. NEF maakt in haar publi­caties vele verwi­jzingen naar Inter­depen­dence en ecolo­gische resources en gaat bijvo­orbeeld uit van Natural Economies. Economy Trans­formers wil een bijdrage leveren aan het realiseren van een economie die weer in harmonie en balans is met mens en natuu­r/aarde. Voor mij alledrie alles­behalve een aanbe­veling van het huidige monetaire systeem.
Mis­schien even een zijsprong naar een andere disci­pline, de Energie Psych­ologie. Caroline Myss, intuïtief medicus, heeft het in haar vroege boeken over de Energie Anatomie van het menselijk lichaam en ze gebruikt de metafoor van de energ­etische bankr­ekening waar 100 krediet per dag ingaat en wat normaal wordt verdeeld naar activ­iteit­en, projecten, relaties en de gemee­nschap. Je kunt ook energie-lekken hebben waarbij het je meer energie kost dan er per dag in gaat. Het gaat bijvo­orbeeld om gedachten die niet uit je hoofd gaan, onver­werkte issues, trauma’s, stress, ongeï­nspir­eerd werk. Deze energie wordt geleend van je licha­amsce­llen en organen. Indien deze lening / schuld een struc­tureel karakter krijgt raakt je lichaam in disbalans en wordt het ziek. Door verwe­rking, loslaten en vergeving is het mogelijk de energie te balanceren en vanuit perso­onlijk potentieel te groeien.
Als je energie vervangt door geld en lichaam door het financieel systeem zie je dat de overe­enkom­sten bijzonder zijn. Myss gebruikt trouwens meer financiële metaforen in haar werk: trauma’s en (psyc­holog­ische) wonden worden volgens haar vaak ingezet als straat-geld (street currency) omdat daar aandacht en vaak extra zorg tegenover staat.
[Sp­iritu­ele verwi­jzingen behalve Caroline Myss zijn: Eckhart Tolle ‘De Kracht van Nu’ en Energy Medicine en Psych­ologieEFTMIR en Ho’op­onopono (met name vanwege de veran­twoor­delij­kheid en verge­ving)]
Door bij het ontwerp van een compl­ement­air systeem bewuste (en trans­paran­te) keuzes te maken kies je ervoor bepaalde kernw­aarden (zoals bijvo­orbeeld duurz­aamhe­id, ecologie, of sociaal kapitaal) meer belang te geven dan alleen de econo­mische waarde in Euro’s. Door meerdere compl­ement­aire systemen toe te voegen neemt in alle gevallen de weerb­aarheid van het gehele economisch ecosysteem toe. De vraag is natuurlijk wel hoe foutv­riend­elijk / weerbaar is het verbi­nding­ssyst­eem van Floatnet, kan het bijvo­orbeeld bestaan zonder centrale admin­istra­tie of in extreme gevallen zonder elekt­ricit­eit?Als meest primaire basis-valuta welke praktisch ontstaat bij waard­ecrea­tie is de Minuto:

Het hele Minuto systeem wordt kort uitgelegd in een half uur, waarna je het zelf kunt dupli­ceren. Als je niet de tijd hebt om alles te bekijken bekijk dan in ieder geval naar het stukje van John Croft (vanaf 21.20)Het grootste manco van veel compl­ement­aire geld-systemen is dat ze geen complete productie en econo­mische leven­scyclus bestr­ijken, waardoor schee­fgroei in het systeem komt wat ergens gecor­rigeerd moet worden. Dat kan aan de kant van de overheid door betaling / belasting in alter­natieve munt te accep­teren, door terug­ruilg­arant­ie, of door een gesloten (semi­)auta­rkische eenheid. De matchmaker-functie lijkt bij Barter, LETS en Timebanks de grootste beperking. Het feit dat een aantal compl­ement­aire initi­atieven uit het verleden vooral gedraaid hebben dankzij gesub­sidie­erde krachten die zichzelf niet konden terug­verdi­enen heeft het onder­nemer­schap en daarmee de vitaliteit / zelfr­edzaa­mheid van deze systemen en de affiniteit van onder­nemers met dergelijke systemen volgens mij geen goed gedaan.

Kosten
Een in het algemeen wat onder­belicht aspect van geld & banks­ystemen zijn de kosten ervan. Dan heb ik het hier dus niet over de sociale, maats­chapp­elijke, culturele of ecolo­gische kosten (en opbre­ngsten) maar alleen de econo­mische kosten: de hoogte van de (even­tuele) marge of fee op trans­acties en/of de kosten van lidma­atsch­ap, gebruik, terug­wisse­lopslag / boete, negatieve rente, bemid­delin­gsfee, etc. Wat kost een zgn. slapend lidma­atschap voor incid­entele handel (1 of 2 trans­acties per jaar)? 10, 25, 50
Kun je dit aangeven voor Floatnet of hangt dat van de afzon­derli­jke valuata af?

Metageld (tussengeld)

***knip / knip***
 
(mijn reactie) Je hebt blijkbaar een bruuske agitatie tegen het huidige door rente en hebzucht aange­wakke­rde inflatoire monetaire systeem wat nog slechts voor ca. 5%(?) gedekt wordt door goud (* 612 ton goud, t.w.v. 24 miljard waarvan ca. 10% in Amsterdam?) en de blijkbaar ervaren schaarste bepaalt door regels van de recht­staat.
In je uitee­nzett­ing zeg je dat niemand iets kan doen aan de schaarste terwijl er toch al diverse regiogeld en barte­rsyst­emen draaien. Volgens mij is het faill­issem­ent een noodz­akelijk veref­fenin­gsmec­hanisme om oneve­nredige waard­ecrea­tie of schuld en disbalans binnen het financiële systeem te voorkomen aangezien het gehele vermogen wordt verdeeld over de schul­deise­rs. 

Een stabiel (betr­ouwba­ar) regionaal geld-alter­natief is een waarde-valuta die door grond­stoff­en, goederen of produ­ctiem­iddelen wordt gedekt. Het is dan een directe vorm van community-gewaa­rdeerd schul­dpapier zoals de eerde­rgeno­emde Minuto. De waarde ontstaat pas bij het handelen. Fract­ioneel eigen­aarsc­hap en crowd­funding(waaronder shared funding in natura) zouden inves­terin­gen mogelijk kunnen maken.

Gron­dstof­fen en halff­abrik­aten kunnen ook dienen als ruilmiddel in de vorm van verha­ndelb­aar waard­epapi­er. 
Volgens mij is er niet zoveel nodig om een Micro­finance-markt­plaats & crowd­funded bank (naar het voorbeeld vanKiva) op te zetten. Als je er een markt­plaats + veili­ngmod­ule voorzet waar je producten en diensten omzet naar de nieuwe valuta heb je een bruikbaar (rent­evrij) waard­esyst­eem.
De uitgifte en verha­ndeling van (toek­omsti­ge) opbrengst-vouchers (Met waarde bijv. een appel, ei, melk, meel, taart, geplakte band, 30 minuten werk, o.i.d.) kan in mijn ogen gefor­ceerde euro-schaarste, zeker op lokaal en regionaal niveau, prima overb­ruggen. 

Omdat belas­tingen een door wet gedekte vordering zijn wat normaliter in Euro’s voldaan dient te worden, maar gemeenten ook belang hebben bij sociale cohesie en de praktische uitvoering van bepaalde diensten m.b.t. openbare en publieke ruimten, zou een gemeente het hiervoor besch­ikbare budget in de vorm van regiogeld besch­ikbaar kunnen stellen en regionaal direct of indirect als belas­tingb­etaling kunnen accep­teren. 

Mijn voorkeur heeft een circulair alter­natief of compl­ement­air gelds­ysteem waarbij grond­stoff­en, producten, arbeid (dien­sten), handel en (lokale) belas­tingen deel uitmaken. 



Nog even een aanvulling op jouw wegen-metafoor: Bewus­tword­ing en her-ijking van de grenzen van een systeem of infra­struc­tuur hoort voor mij bij een veran­twoord groei- en trans­forma­tiepr­oces. De hoeve­elheid gelij­ktijd­ige auto’s (stond voor valuta) op een snelweg (mogelijke zakelijke trans­acties) bepalen niet de files en congestie (jouw perceptie van schaa­rste). De files en gebru­iksbe­perki­ngen worden met name veroo­rzaakt bij bekende knoop­punten (mark­tplaa­tsen) die blijkbaar met (te?) strikte regels, centrale regie en gedwongen winke­lnering (van verplicht gebruik van bepaalde valuta) worden bedreigd. 
Mijn punt blijft dat de aandacht vooral naar optimale match­making en waard­euitw­issel­ing uit zou moeten gaan, zoveel mogelijk aansl­uitend bij aanwezig potentieel en (reeds besch­ikbaar) kapitaal. Onhoudbare schuld (waarbij de theor­etische maximale aflossing sowiezo meer dan 7 jaren duurt, (sommigen zeggen 10 jaar overe­enste­mmend met de maximale terug­verdi­entijd van inves­terin­gen) moet te allen tijde vermeden worden. Doordat je de houdbare grenzen van het gelds­ysteem herkent en hopelijk handhaaft, zou je met compl­ement­air regiogeld wat mij betreft dus vooral op markt­plaat­sen met meerdere valuta moeten aansturen. 


*** knip / knip ***


Er zijn binnen ons maats­chapp­elijk ecosysteem zeker wel mogel­ijkhe­den om met behulp van alter­natieve & compl­ement­aire gelds­ystemen ‘het roer om te gooien’. Mijn uitga­ngspunt blijft dat de markt­plaat­sen de arena’s zijn waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten en trans­acties ontstaan, minstens zo belangrijk zijn als een circu­laire, regionale munt of andere uitwi­sseli­ngsbe­vorde­rende inter­acties. 

Mijn perso­onlijke overt­uiging is dat het benodigd potentieel en kapitaal reeds in het systeem aanwezig is, en dat dit op een handige en slimme manier via compl­ement­aire systemen onsloten kan worden. Compl­ement­aire gelds­ystemen hebben alle hun eigen sterke en zwakkere punten als het gaat om indiv­iduele trans­acties. 

Schaarste in één gebied los je het eenvo­udigst op door compe­nsatie (via conversie of trans­forma­tie) van overvloed uit een ander gebied. Veel werkl­oosheid betekent relatief veel besch­ikbare arbei­dstijd, veel gescheiden afval­stromen betekent (C2C) herni­euwbare grondstof en handel daarin. De wegen die je kiest (soorten trans­acties) refle­cteren de keuzes van de onder­nemin­gen die producten en diensten leveren en de gebruikers / afnemers ervan. Ecolo­gische waarden (mvo & duurz­aamhe­id) zullen bijvo­orbeeld volgens trend­rappo­rtages direct of indirect een factor zijn bij het handelen binnen het grote maats­chapp­elijke ecosysteem niet zozeer uit ethisch besef, maar vooral omdat het lonend is.

Modulaire recycling en upcycling van producten zou eigenlijk vanuit het systeem gesti­muleerd of beloond moeten worden. Als ik hieraan syste­emvoo­rdelen kan koppelen (zoals bijvo­orbeeld een lager trans­actie­tarief) dan zou ik dat waars­chijn­lijk doen.
 
Mijn tijd is wel schaars, maar dit onderwerp is belangrijk en waars­chijn­lijk eerder vroeger dan later urgent. Het is in mijn ogen op dit moment niet opportuun om veel aandacht te besteden aan de aanst­ichters en het mede door de gelds­chaar­ste ontstane macht­sblok. Wellicht kunnen we ons laten inspireren door het IJslandse voorbeeld bij het ter veran­twoor­ding roepen en opschonen van het financieel systeem.
 
Ik ben voors­tander van een weerbaar systeem waarbij natuu­rlijke correcties kunnen plaat­svinden. Faill­issem­ent is niet noodz­akeli­jk, maar zou wel mogelijk moeten zijn. Het ondanks een feitelijk failliet toch redden van zgn. zieke syste­emban­ken en direct of indirect ook landen zorgt voor onwen­selijke , zeer langdurige schul­dendruk met bijbe­horende schee­fgroei in het systeem. Het intro­duceren van systeem-immuun ESM onkruid, wat zich met invloed, regels en voorw­aarde­lijke leningen vooral nestelt bij financieel zwakke landen, doet in mijn ogen ook meer kwaad dan goed.
 
In mijn verhaal had ik jouw (subj­ectief) ervaren gelds­chaar­ste overg­enomen en jouw aanname dat het allemaal centraal aange­stuurd wordt. Ik weet niet eens zeker of er überhaupt wel sprake is van (absolute) schaarste of misschien iets anders.
Misschien is het liqui­ditei­tspro­bleem wel een cashflow-probleem of kapitaal-frict­iepro­bleem. Zoals frictie-werkl­oosheid wordt veroo­rzaakt door fricties op de arbei­dsmar­kt. Genoemde variabelen bij frict­iewer­kloos­heid zijn (a)werkl­oosheid, (b) vacatures, (C) loonkosten – wig – nettoloon. Kwali­tatieve variabelen zijn (d) scholing en (e) spreidingvan de arbei­dsmar­kt. Als ik deze verge­lijking doortrek zou het bij kapitaal-frictie gaan om (a) de hoeve­elheid besch­ikbaar krediet, (b) de kapit­aalbe­hoefte. De rente wig (c) het verschil tussen bank-rente­tarief en krediet-rente­tarief. Scholing is (d) vergroting van producten en diensten aanbod van financiele producten, en spreiding is het (e) leveren aan of facil­iteren van specifieke markten.
Die 5% dekking is ook het verplichte eigen vermogen van een bank, komt een bank daaronder is er direct of indirect sprake van schaarste.
 
Liqui­diteit, het water van het financieel ecosysteem
Als de banken het normale irrig­aties­ysteem zijn wat volgens jou bijna is opgedroogd (of stuk) , zou het sociale kapitaal een regenton of waterput zijn, en het compl­ement­aire systemen (waaronder ook vrijw­illig­erswe­rk) zijn dan een gieter, mest, gft-compost, een vijver, of een eigen tuinslang (dist­ribut­iekan­aal) waarmee water (vocht) en voedi­ngsmi­ddelen in het systeem gebracht worden.
Goud staat voor een reserve met vaste universeel uitwi­sselb­are tegen­waarde.
De wense­lijkh­eid en trans­paran­tie van de tegen­waarde is belan­grijk, ik zou me kunnen voors­tellen dat men bij initiële vragen over betro­uwbaa­rheid of systeem-twijfel (bijv­oorbe­eld of het grote inves­terin­gspro­jecten aankan), een zekere borg of garan­tiest­elling verlangt.
Crowd­funding heeft door besch­ikbare techniek en social media een enorm poten­tieel. Zeker als het wederkerig gebruik van hiermee gepro­ducee­rde producten en diensten een onderdeel uitmaken van het circuit. Crowd­funding 1.0 was vooral primair fundr­aising in een andere verpakking (zoals goede doelen shows), met Crowd­funding 2.0 zie je dat de weder­kerige benefits, maar ook het sociale aspect van info-sharing en betro­kkenh­eid steeds belan­grijker is geworden. Met Crowd­funding 3.0 verwacht ik dat co-finan­ciering meer verschuift naar vormen van co-ownership. Daarnaast (en dat is in de context van deze dialoog van belang) verwacht ik dat de aard van de finan­ciering mee-verandert met de komst van alter­natieve en compl­ement­aire valuta. Finan­ciering in de vorm van toegang, waard­ebonnen of in natura door het leveren van grond­stoffen of modulair deel-fabrikaat. Een micro-klus is feitelijk een deel van een grotere klus of project. Waar het onderwijs veranderde van studi­erich­tingen met beroe­pspro­fielen naar proce­sprof­ielen met skill-sets, is de micro-klus volgens mij de organ­isato­rische eenheid die hier het beste op aansluit.
Je noemt de wens / voorwaarde voor een combinatie van inwis­selba­arheid (vrije valut­ahand­el) en krediet. De kosten van elk afzon­derlijk valuta-systeem en de in- & omwissel voorw­aarden zijn bepalend voor een zekere mate van specu­latieve invloed in het totaa­lsyst­eem. Voor equal fixed tijdruil / timeb­anking systemen (dat ieders tijd evenveel waard is) zou je misschien naar tussen-valuta oplos­singen moeten zoeken als je directe valuta-specu­laties en onwen­selijke ruil wilt voorkomen. Of is dat ieders eigen veran­twoor­delij­kheid?
Sparen en het pensi­oenst­elsel
Ik zie wel het nut van een actieve buffer als een pensi­oenvo­orzie­ning (de huidige functie in ons ecosy­steem); het is (meta­foris­ch) als een grote watertank die regenwater opvangt en gelei­delijk weer uitgeeft. Voor de weerb­aarheid in de toekomst zou een put of irrig­aties­ysteem wellicht kunnen helpen. Als dit gebeurt dan zou dit kunnen betekenen dat pensi­oenfo­ndsen een alter­natieve bankf­unctie gaan vervullen voor infra­struc­turele inves­terin­gen die de deelnemers / doelg­roepen van deze pensi­oenfo­ndsen in de toekomst nodig hebben. Een zorgruil of ruiltijd zorgs­ysteem zou een passende inves­tering kunnen zijn. Het niet-comme­rciële systeem van wehel­pen.nl wat nu op basis van vrijw­illig­heid punten spaart is zou hiervoor best gebruikt of aangepast kunnen worden.
Het door ons geschetste rentevrije regionale geld met een actieve rol van de lokale overheden zie ik als een reële mogel­ijkhe­id. De beperking en tegel­ijker­tijd mogel­ijkheid die ik zie is de politieke agenda en de mate waarin politieke en gemee­nteli­jke doels­telli­ngen en processen verwe­zenli­jkt kunnen worden met behulp van dit krediet. Een borg of garan­tiest­elling van een gemeente (of pensi­oenfo­nds) zou een hoop initiële bezwaren kunnen wegnemen.
Perso­onlijk zet ik het liefst in op pilots met meerdere markt­plaat­sen met ondermeer rentevrij regiogeld omdat zowelvraag (behoefte), aanbod (pote­ntieel / oplos­sing), en transactie / interactie zichtbaar zijn in een Markt­plaats. Het regiogeld is niet het doel maar blijft een middel. 

Be the first to comment on "Ideeën over geldsystemen"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*