Marktwerking: navigeren tussen aanbod en prijs

Economie bestaat in essentie uit de vervulling van behoeften gegeven een zekere schaarste van middelen. Waardebepaling vind plaats binnen een context. Een landelijke supermarktketen zal waarschijnlijk vaste prijzen hanteren voor hun boodschappen, en wellicht een standaard productdiversiteit en variaties aanbieden.

Voorbeeld
Een lokale supermarkt melk in de variaties mager, halfvol en vol, in halfliterpak, literpak en sommige varianten ook in tweeliter verpakking. Er is een huismerk of B-merk melk en een A-merk melk. Daarnaast is ook variatie in verpakking: flessen (glas of transparant plastic) zijn ook weer duurder dan literpakken, en hersluitbare verpakkingen zijn meestal duurder dan open. De voordeligste keus in de lokale supermarkt is een literpak halfvolle melk van B-merk voor EUR 0,45.
De voordeligste fles (of pak) water kost ca. EUR 0,30 per liter (Aldi en Lidl ca. EUR 0,25 per liter, verpakt in plastic flesjes van 0,5 liter).

Op een NS Station of in een bioscoop zijn de prijzen een stuk hoger. Een pakje melk van 0,25 liter kost EUR 1 tot 1,50 (8 tot 14 keer zo duur) en een flesje water van 0,5 liter kost EUR 1,50 tot 3,- (12 tot 24 keer zo duur). Ik begrijp dat gelegenheid, vraag en aanbod bij elkaar moeten komen. De m2 prijs en personeelskosten van een stationswinkel zijn waarschijnlijk hoger en een bioscoop moet winst maken op de horeca-verkoop, maar is de verhouding met de reële kostprijs niet een beetje zoek?

Ik weet dat dit prijsvergelijken zeikerig klinkt (dat doen consumenten TVprogramma’s ook), zeker als je het vergelijkt met de gangbare horeca-prijzen valt het misschien relatief wel mee. Misschien ben ik te prijsbewust opgegroeid met een relatieve waardering gebaseerd op de laagste (beschikbare) kostprijs of een rechtvaardigings-formule of verhouding waarbinnen kostprijs en plaatsgebonden retailprijs zich moeten bevinden. Bijvoorbeeld maximaal 3-6 keer de prijs van de budget of bulk-variant. Natuurlijk moet dat weer per productgroep bepaald worden. Croissants die normaal EUR 0,30 – 0,70 per stuk kosten zouden zo maximaal EUR 2,- mogen kosten, wat voor mij bijvoorbeeld al iets teveel zou zijn. Een heel Brood kost 0,80 tot 2,40 afhankelijk van soort, type en kwaliteit van ingrediënten. Als een gemiddeld brood EUR 1,60 kost, dan ga ik niet meer betalen voor een enkel broodje (bolletje of croissant).

Er is bij mij blijkbaar een soort vergelijkings-mechanisme aktief wat naar een eerlijke, redelijke (faire) verhouding zoekt. De keerzijde is dat ik hier best veel tijd mee kwijt ben om de beste deal te krijgen.
De basisgedachte van het aanvragen / bekijken van 3 offertes of alternatieven voordat je een keuze maakt is wel een werkbaar alternatief en geeft voldoende houvast en verantwoording dat ik zorgvuldig met mijn geld omga.

Be the first to comment on "Marktwerking: navigeren tussen aanbod en prijs"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*